Sinds 1996 ben ik dirigent van het
Delfts a Capella Koor.
Voor meer informatie kan je de
website
van het koor raadplegen.
Op zondagmiddag 28 maart 2010 hebben we de Membra Jesu Nostri van Dietrich Buxtehude
gezongen.
De Membra Jesu Nostri, latijn voor de “ledematen van
Jezus”, van Dietrich Buxtehude (1637-1708) is een cyclus
bestaande uit 7 cantates. Iedere cantate wordt geopend met een
instrumentale sonate gevolgd door een koorstuk en enkele aria’s
waarin steeds een lichaamsdeel (membrum) van Jezus wordt
bezongen, vertrekkend vanaf de voeten, de knieën, de handen, de
zijde, de borst, het hart en het gezicht. Het lijden van
Christus wordt op indringende wijze uitgebeeld. Het getal 7 is
symbool voor droefheid en smart. Aangekomen bij het hart maken
de violisten plaats voor het veel intiemer klinkende gamba
consort.
We kennen allen de Matthäus Passion van
J.S. Bach. Deze passie is zelfs zo beroemd dat vele andere
passie muziek in de vergetelheid is geraakt. Voor de “Membra
Jesu Nostri”, is dat zeker ten onrechte. Overigens was Bach een
groot bewonderaar van Buxtehude. De Membra Jesu Nostri zijn
gebaseerd op bijbelteksten afgewisseld met een mystieke
middeleeuwse meditatie over het lijden van Jezus van de hand van
Arnulf van Leuven (†1250). Bach heeft de Duitse vertaling van
“Salve, caput cruentatum” namenlijk “O haupt voll Blut und
Wunden” gebuikt in zijn Matthäus Passion.
In 2009 hebben we het Requiem
in f klein van Heinrich Ignaz Biber voor koor en orkest en
enkele delen uit de Mörike Chorlieder van Hugo Distler voor koor
a capella gezongen.
Hieronder is een opname te zien van de generale
repetitie. Let op: het kan enkele minuten duren voordat er beeld
komt.